, ,

LICHTENVOORDE — Achterhoek even het bestuurlijke middelpunt van Nederland tijdens VNG Jaarcongres

Foto: Foto's en video: Marcel Houwer

Een voormalige fabriekshal in Lichtenvoorde vormde dinsdagmorgen het decor voor bestuurlijk Nederland. Waar ooit de industrie van Hulshof Herwalt draaide, zaten honderden burgemeesters, wethouders, raadsleden en andere bestuurders voor een metersbreed podium. Met grote beeldschermen, lichtshows en rijen stoelen was de hal voor enkele uren veranderd in een grote congreszaal. Hier begon dinsdag het VNG Jaarcongres 2026, met Oost Gelre en Winterswijk als gezamenlijke gastgemeenten. Onder het motto ‘We doen het samen’ ging het over samenwerking tussen overheden, maar opvallend vaak ook over iets wat in de Achterhoek al veel langer een naam heeft: naoberschap.

De Achterhoek liet zich bij de opening meteen nadrukkelijk zien. De Heino’s verzorgden het muzikale begin en deden dat in het dialect. Met onder meer ‘Oerend Hard’ werd de toon gezet voor een opening waarin verschillende herkenbare elementen uit de streek voorbijkwamen. Zo trok een corsowagen van het Bloemencorso Lichtenvoorde door de hal en waren er verwijzingen naar motorcross en de Zwarte Cross. Voor de honderden bezoekers uit het hele land werd daarmee in korte tijd een beeld neergezet van de streek waarin zij deze twee congresdagen te gast zijn.

Na het plenaire ochtendprogramma in Lichtenvoorde verspreidden de congresgangers zich dinsdagmiddag over verschillende locaties in de Achterhoek voor tientallen deelsessies. Aan het einde van de middag verplaatst het congres zich naar Winterswijk, waar de deelnemers op de Markt worden ontvangen en het avondprogramma plaatsvindt.

Dat juist Oost Gelre en Winterswijk gastgemeenten zijn, past volgens de VNG bij het thema. ‘We doen het samen’ krijgt in de Achterhoek betekenis door het naoberschap: naar elkaar omzien, elkaar helpen en samen verantwoordelijkheid dragen. De grote maatschappelijke vraagstukken waarvoor gemeenten staan – van wonen en zorg tot bestaanszekerheid en veiligheid – kunnen volgens de VNG niet door gemeenten afzonderlijk worden opgelost.

Dijksma: gemeenten willen partner zijn

VNG-voorzitter Sharon Dijksma legde in haar opening meteen de verbinding tussen gemeenten en Den Haag. In een tijd waarin het volgens haar om Nederland heen onrustig is, zijn samenwerking en investeringen noodzakelijk. Ze noemde onder meer regionale economie, woningbouw, infrastructuur en energie. Tegelijkertijd wees ze erop dat ook gekeken moet worden naar de houdbaarheid en betaalbaarheid van bijvoorbeeld de zorg.

Dijksma richtte zich daarbij rechtstreeks tot premier Rob Jetten. Gemeenten hoeven volgens haar niet alleen tegenover het kabinet te staan. „Wij kunnen natuurlijk uw criticaster zijn, maar we willen heel graag uw partner zijn.” Gemeenten staan volgens haar voor goed bestuur en voor het idee van één overheid. „Want het kan echt alleen maar samen.”

Ze riep de aanwezige bestuurders op om tijdens de vele deelsessies niet alleen informatie op te halen, maar vooral naar elkaar te luisteren, ervaringen te delen en nieuwe samenwerkingen te zoeken.

Jetten haalt Achterhoeks naoberschap aan

Minister-president Rob Jetten sloot daar direct op aan. Hij vertelde dat alleen het thema van het congres voor hem al reden was om naar Lichtenvoorde te komen. Daarbij haalde hij nadrukkelijk het Achterhoekse naoberschap aan.

„Hier in de Achterhoek weten we als geen ander dat we het samen doen,” zei Jetten. Volgens hem zit dat in het DNA van de streek: elkaar helpen als dat nodig is en op elkaar letten. Zelfs de Zwarte Cross gebruikte hij als voorbeeld. Zo’n groot evenement kan volgens hem alleen bestaan door samenwerking, de handen uit de mouwen te steken en de inzet van veel vrijwilligers uit de regio.

Een belangrijk deel van zijn verhaal ging vervolgens over de samenwerking tussen gemeenten, provincies en het Rijk. Geen enkele bestuurslaag kan volgens Jetten de grote sociale en ruimtelijke vraagstukken van deze tijd alleen oplossen. Hij wees daarbij onder meer op jeugdzorg, infrastructuur, openbaar vervoer, natuurontwikkeling, warmtenetten, woningbouw, verduurzaming en netcongestie.

Daarbij hoort volgens hem ook de discussie over geld. Gemeentelijke en landelijke begrotingen kunnen niet onbeperkt groeien en ook belastingen kunnen niet eindeloos worden verhoogd. Daarom moeten overheden gezamenlijk bepalen waar geld, kennis en mensen het beste kunnen worden ingezet. Daarbij moet volgens Jetten niet slechts één of twee jaar vooruit worden gekeken, maar tien of zelfs twintig jaar.

Jetten stond ook stil bij agressie en bedreiging van lokale politici en bestuurders. Hij wees erop dat steeds meer mensen in het openbaar bestuur daarmee te maken krijgen. Volgens hem raakt dat iets fundamenteels wanneer volksvertegenwoordigers daardoor niet meer vrij voor hun mening en voor de belangen van hun inwoners durven uitkomen.

Zijn eigen jaren als raadslid in Nijmegen kwamen eveneens voorbij. Juist in de lokale politiek zag hij hoe snel besluiten zichtbaar resultaat kunnen opleveren. Dat kan iets relatief kleins zijn, zoals een trapveldje of een inloopmiddag voor ouderen, maar ook een grotere voorziening. Volgens Jetten wordt in gemeenten met veel hart en ziel gewerkt.

Máxima: geef maatschappelijke initiatieven vertrouwen

Een van de opvallendste gasten van de ochtend was Koningin Máxima. Als beschermvrouw van het Oranje Fonds richtte zij zich vooral op vrijwilligers en maatschappelijke initiatieven. Veel daarvan beginnen volgens haar eenvoudig bij inwoners die zien dat iets anders of beter kan: mensen die eenzaamheid willen tegengaan, een buurt gezelliger willen maken of nieuwe Nederlanders willen helpen zich thuis te voelen.

Maar goede wil alleen is niet voldoende. Initiatieven hebben vrijwilligers nodig, moeten een organisatie opbouwen en krijgen te maken met vergunningen en subsidieregelingen. Juist daar kunnen gemeenten volgens Máxima een belangrijke rol spelen.

Ze gaf de gemeentebestuurders drie concrete punten mee. Betrek maatschappelijke initiatieven bij het maken van beleid, omdat zij vanuit de dagelijkse praktijk weten wat wel en niet werkt. Zorg daarnaast voor financiering die verder kijkt dan één jaar. „Niet elk jaar opnieuw subsidie hoeven aanvragen, maar één keer voor meerdere jaren,” hield ze de zaal voor. Dat helpt organisaties volgens haar om professioneler en toekomstbestendiger te worden.

Haar derde boodschap ging over vertrouwen. Sociale initiatieven werken niet hetzelfde als een overheid of bedrijf en moeten ook ruimte krijgen om dingen op hun eigen manier te doen. Dat betekent volgens Máxima minder bureaucratie en accepteren dat niet iedere poging meteen slaagt. Van fouten kan immers worden geleerd.

„Als we het samen doen, ieder vanuit een eigen rol en met respect voor elkaars manier van werken en denken, bereiken we echt meer,” was haar boodschap aan de zaal.

Vergeer: luisteren voordat je beslist

Daarna werd het begrip samenwerken vanuit een heel andere wereld bekeken. Voormalig paralympisch kampioen Esther Vergeer, jarenlang vrijwel onverslaanbaar in het rolstoeltennis en later chef de mission van de Nederlandse paralympische ploeg, sprak over leiderschap en het bouwen van een team.

Als chef de mission stond ze zelf niet meer op het veld, maar moest ze ervoor zorgen dat sporters maximaal konden presteren. Dat betekende praktische zaken regelen, maar vooral heel verschillende mensen en belangen bij elkaar brengen. Haar aanpak begon steeds bij dezelfde vraag: wat hebben mensen werkelijk nodig?

„Als iedereen zich gehoord voelt, zul je soms beslissingen moeten nemen die zeker niet bij iedereen in goede aarde vallen,” vertelde Vergeer. Door vervolgens uit te leggen waarom een keuze wordt gemaakt, kan volgens haar toch begrip ontstaan.

Voor nieuwe colleges en gemeentebesturen had ze een vergelijkbare boodschap. Vertrouwen op eigen kunnen is belangrijk, maar een bestuurder moet ook durven zeggen dat hij of zij iets niet weet. Kwetsbaarheid is volgens Vergeer geen zwakte. Soms moet een leider bovendien bewust een stap opzij doen en iemand anders ruimte geven.

Ook inclusie kwam aan bod. Vergeer vertelde vanuit haar eigen ervaring hoe een ontoegankelijk toilet, gebouw of andere praktische hindernis ineens bepaalt of iemand met een beperking wel of niet kan deelnemen. Haar boodschap aan gemeentebestuurders was daarom eenvoudig: maak van meedoen geen ambitie voor later, maar een uitgangspunt bij ieder nieuw plan. Vraag vanaf het begin wie kan meedoen en wie niet, en praat vooral met de mensen om wie het gaat.

Van Lichtenvoorde de Achterhoek in

Daarmee kreeg het congresthema gedurende de ochtend verschillende betekenissen. Bij Dijksma ging het om samenwerking tussen gemeenten en Rijk, bij Jetten om één overheid en gezamenlijk investeren in de toekomst, bij Máxima om ruimte voor inwoners en maatschappelijke initiatieven en bij Vergeer om vertrouwen, luisteren en ervoor zorgen dat iedereen daadwerkelijk kan meedoen.

Na het plenaire ochtendprogramma en de lunch verlaten veel deelnemers het Hulshof Herwalt-terrein. Vanaf 13.30 uur staan op verschillende locaties in de Achterhoek middagsessies op het programma. Daarna worden de deelnemers naar Winterswijk gebracht. Vanaf 17.00 uur worden zij daar ontvangen op de Markt, waarna het congres overgaat in een avondprogramma waarin ook de Achterhoek zelf nadrukkelijk wordt gepresenteerd.

Woensdag keert het VNG Jaarcongres terug naar Lichtenvoorde. Dan vindt op het Hulshof Herwalt-terrein opnieuw een plenair programma plaats en wordt ook de Algemene Ledenvergadering van de VNG gehouden.

De Linkgids van Streekgids

Vind organisaties uit de Achterhoek of meld uw eigen website aan

Een basisvermelding is gratis. Wilt u extra opvallen? Kies dan bij het aanmelden voor een uitgelichte vermelding.