Prijsverschillen met Duitsland en België zorgen ervoor dat steeds meer Nederlanders hun boodschappen over de grens doen. Vooral ondernemers in grensgemeenten zoals Berkelland en Oost Gelre merken daarvan de gevolgen. Dat blijkt uit onderzoek van Kieskompas en Panteia in opdracht van MKB-Nederland, VNO-NCW en verschillende brancheorganisaties.
MKB-Nederland-voorzitter Marijke Vuik presenteerde de resultaten vrijdag 4 september tijdens een werkbezoek van zeven Tweede Kamerleden aan Eibergen en Groenlo. Zij spraken met ondernemers over de gevolgen van grenswinkelen voor bedrijven en de leefbaarheid in de regio. In grensgemeenten gaat 72 procent van de inwoners minimaal één keer per maand speciaal naar Duitsland of België om aankopen te doen. Lagere prijzen zijn daarbij de belangrijkste reden. Brandstof wordt het vaakst over de grens gekocht, gevolgd door verzorgingsproducten en dagelijkse boodschappen.
Van de grensoverschrijdende consumenten in grensgemeenten besteedt 67 procent maandelijks meer dan 100 euro in het buitenland. Acht op de tien ondervraagde ondernemers zeggen hierdoor omzet mis te lopen. Bijna de helft schat dat verlies op meer dan 10 procent. Volgens de onderzoekers heeft de ontwikkeling ook gevolgen voor gemeenten die iets verder van de grens liggen. Ondernemers hebben daar wel last van vertrekkende Nederlandse klanten, maar profiteren nauwelijks van bezoekers uit Duitsland of België.
MKB-Nederland en VNO-NCW roepen het kabinet op om bij veranderingen in btw, accijnzen en andere belastingen nadrukkelijker rekening te houden met de gevolgen voor grensregio’s. Voor het onderzoek werden 767 ondernemers en 2.570 consumenten ondervraagd.
Meer informatie staat op de website van MKB-Nederland.
Bron: MKB Nederland




