Driekwart van de Nederlanders kiest voor actief beheer van wolven in het buitengebied. Dat blijkt uit het Opinieonderzoek 2026 naar jacht, natuur en wildbeheer, uitgevoerd door Zest Marketing in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.
De discussie over de wolf in Nederland verschuift steeds meer van de vraag of de wolf hier thuishoort naar hoe en waar wolven kunnen leven, hoeveel wolven acceptabel zijn en wanneer ingrijpen nodig is. Volgens het onderzoek wil 47 procent van de Nederlanders dat er jaarlijks een aantal wolven wordt bejaagd. Nog eens 28 procent wil het aantal wolven door beheer terugbrengen naar nul. Een kleinere groep van 24 procent vindt dat de natuur haar gang moet gaan zonder ingrijpen.
De voorkeur voor actief beheer neemt toe. Sinds 2023 is het aandeel mensen dat niet wil ingrijpen gedaald van 35 naar 24 procent. Tegelijkertijd steeg het percentage dat het aantal wolven naar nul wil terugbrengen van 19 naar 28 procent. De groep die kiest voor jaarlijkse bejaging bleef met 46 procent in 2023 en 47 procent in 2026 vrijwel gelijk.
Meer dan de helft van de Nederlanders (55 procent) vindt dat er speciale gebieden moeten worden aangewezen waar wolven kunnen verblijven. Slechts 17 procent wil dat de wolf in heel Nederland voorkomt, terwijl 28 procent het aantal wolven naar nul wil terugbrengen. De meeste mensen kiezen daarmee voor een middenpositie: de wolf wel in Nederland, maar niet overal.
Ook het draagvlak voor het begrenzen van de wolvenpopulatie groeit. 64 procent vindt dat de overheid een maximumaantal wolven moet vaststellen, een stijging ten opzichte van 53 procent in 2021. Daarnaast wil 53 procent dat landelijke en provinciale politiek meer ruimte krijgen om de populatie te reguleren.
Bij wolven die problemen veroorzaken, kiest een ruime meerderheid eveneens voor actief ingrijpen. Zo wil 29 procent wolven verjagen op plekken met kwetsbare diersoorten, 28 procent vindt dat probleemwolven afgeschoten moeten worden en 27 procent kiest voor bejaging in bepaalde gebieden. Slechts 15 procent vindt dat er niet moet worden ingegrepen. Sinds 2023 is het aandeel dat voor afschieten kiest gestegen van 20 naar 28 procent, terwijl het percentage dat voor verjagen kiest daalde van 38 naar 29 procent.
Ook bij schade aan gehouden dieren is de voorkeur veranderd. In 2026 kiest 40 procent voor een combinatie van schadevergoeding en het afschieten van wolven die vee aanvallen. Dit was in 2023 nog 30 procent. Daarnaast vindt een meerderheid van 56 procent dat de beschermde status van soorten periodiek opnieuw beoordeeld moet kunnen worden als omstandigheden veranderen, bijvoorbeeld bij toenemende aantallen of schade. In 2023 was dit 52 procent. Slechts 7 procent is tegen zo’n evaluatie.
Laurens Hoedemaker, directeur van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, zegt over de resultaten: “De discussie gaat steeds minder over vóór of tegen de wolf en steeds meer over verantwoord beheer. Dat vraagt om duidelijke keuzes over waar wolven kunnen leven, hoeveel wolven maatschappelijk aanvaardbaar zijn en wanneer kan worden ingegrepen.”
Het volledige onderzoek is gebaseerd op antwoorden van 3.005 Nederlanders van 18 jaar en ouder en maakt deel uit van een reeks die sinds 2014 wordt uitgevoerd.
Meer informatie is te vinden op de website van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.




